Van chloor naar zoutwaterzwembad: Zo maak je de overstap
Dit advies is onderdeel van de ‘Alles over zoutwaterzwembaden: Jouw complete gids’ reeks.
Zwemmen in zacht water dat niet naar chemicaliën ruikt en vriendelijk is voor je huid. Het klinkt voor veel zwembadbezitters als de ideale situatie. Steeds meer mensen overwegen daarom de overstap van een traditioneel chloorzwembad naar een zoutwatersysteem.
Misschien heb je al jaren een zwembad en ben je het sjouwen met chloortabletten beu. Of misschien ben je op zoek naar meer comfort en automatisering. Wat de reden ook is, de overgang van chloor naar zout is in de meeste gevallen prima te realiseren. Het is echter geen kwestie van simpelweg een zak zout in het water gooien. Er komt wat technisch inzicht en voorbereiding bij kijken.
In deze blogpost begeleiden we je door het hele proces. We bespreken of jouw zwembad geschikt is, wat je precies nodig hebt en hoe je in een paar duidelijke stappen de transformatie voltooit.
Waarom zou je de switch maken?
Voordat we de diepte in duiken, is het goed om kort te bevestigen waarom deze investering de moeite waard is. De meeste mensen stappen over vanwege twee hoofdredenen: comfort en gemak.
Een zoutwatersysteem (zoutelektrolyse) zet zout om in een kleine hoeveelheid natuurlijk chloor. Dit proces is continu, waardoor je geen last hebt van de pieken en dalen in chloorwaardes die je bij handmatige dosering wel hebt. Het resultaat is water dat zachter aanvoelt en veel minder irritatie veroorzaakt aan ogen en huid. Daarnaast neemt het systeem de dagelijkse taak van desinfectie van je over.
Stap 1: De technische check – Is jouw zwembad klaar voor zout?
Dit is de allerbelangrijkste stap. Sla je deze over, dan kan dat leiden tot dure schade aan je zwembadapparatuur. Zout water heeft namelijk één groot nadeel: het is corrosief. Het vreet in op metalen die daar niet tegen bestand zijn.
Controleer de volgende onderdelen voordat je ook maar één korrel zout koopt:
- De warmtepomp of verwarming: Heeft jouw verwarmingssysteem een warmtewisselaar van titanium? Titanium is bestand tegen zout. RVS (Roestvrij Staal) is dat vaak niet, tenzij het een zeer specifieke legering is. Een standaard RVS-wisselaar zal in zout water snel doorroesten.
- De zwembadpomp: De asafdichting (seal) van de pomp moet geschikt zijn voor zoutwater. Bij moderne pompen is dit vaak standaard, maar bij oudere modellen is dit een controlepunt.
- Inbouwdelen en ladders: Heb je een RVS-trap in het water hangen? Als dit RVS 304 kwaliteit is (standaard voor zoet water), zal deze gaan roesten. Voor zoutwaterbaden heb je RVS 316 of kunststof nodig.
- Stalen wanden: Heb je een opzetbad of inbouwbad met stalen wanden? Wees extreem voorzichtig. Als de liner (folie) ergens lekt of als er zout water over de rand klotst, roest de staalconstructie in recordtempo weg.
Stap 2: Wat heb je nodig?
Als je apparatuur ‘zout-proof’ is, kun je de benodigdheden in huis halen. Dit staat er op je boodschappenlijstje:
- Zoutelektrolyse-apparaat: Dit is het hart van je nieuwe systeem. Kies een model dat capaciteit heeft voor het volume van jouw zwembad (aantal m³). Neem liever een model met wat overcapaciteit dan eentje die continu op 100% moet draaien.
- Zwembadzout: Gebruik speciaal zwembadzout, geen keukenzout of strooizout. Zwembadzout is zeer zuiver (vaak 99,9%) en bevat geen jodium of antiklontermiddelen die vlekken kunnen veroorzaken.
- pH-regeling (optioneel maar sterk aanbevolen): Omdat zoutelektrolyse de pH-waarde van het water vaak doet stijgen, is een automatische pH-regelaar (bijvoorbeeld een pH-doseerpomp) geen overbodige luxe. Dit bespaart je het handmatig toevoegen van pH-min.
- Bypass-kit: Om de cel van het elektrolyse-apparaat tussen je leidingwerk te plaatsen, heb je kranen en buizen nodig. Hiermee kun je de cel ook afsluiten voor onderhoud zonder de hele pomp stil te leggen.
Stap 3: Moet ik het water vervangen?
Dit is een veelgestelde vraag. In principe hoef je het water niet te vervangen, tenzij het “oud” of “vervuild” is met stabilisator (cyanuurzuur).
Als je jarenlang chloortabletten hebt gebruikt, bouwt zich cyanuurzuur op in het water. Dit stofje zorgt dat chloor niet direct verdampt door de zon. Echter, als de concentratie te hoog is (boven de 70-100 ppm), blokkeert het de werking van het chloor. Zelfs je nieuwe zoutsysteem krijgt het water dan niet groen-vrij.
Het advies: Meet de cyanuurzuur-waarde voordat je begint. Is deze te hoog? Pomp dan (een deel van) het bad leeg en vul het met vers leidingwater. Is het water helder en zijn de waardes goed? Dan kun je het bestaande water gewoon gebruiken.
Stap 4: Installatie en opstarten
Heb je alle spullen en is het water in orde? Dan kun je beginnen met de installatie.
1. Balans op orde brengen
Zorg dat de pH-waarde (tussen 7.2 en 7.6) en de alkaliniteit (TA) van het water perfect in balans zijn voordat je het systeem aanzet. Het zoutsysteem is bedoeld om het bij te houden, niet om een chemische onbalans te herstellen.
2. De elektrolysecel plaatsen
De cel (de buis waar het water doorheen stroomt en waar het zout wordt omgezet) moet in het leidingwerk worden gemonteerd.
- Plaats de cel na het filter en na de verwarming, als laatste stap voordat het water terug naar het bad gaat.
- Installeer de cel bij voorkeur met een bypass (omleiding met kranen), zodat je hem makkelijk kunt loskoppelen voor reiniging.
3. Zout toevoegen
Zet de pomp aan, maar laat het elektrolyse-apparaat nog uit staan. Voeg nu het zout toe aan het zwembad.
- Strooi het zout verspreid over het wateroppervlak.
- Hoeveel zout? Raadpleeg de handleiding van je apparaat. Meestal is dit 3 tot 5 kg zout per 1.000 liter water (3-5 gram per liter). Voor een bad van 40m³ heb je dus ongeveer 120 tot 200 kg zout nodig.
- Laat de pomp 24 uur draaien zodat al het zout volledig is opgelost.
4. Het systeem activeren
Is het zout opgelost? Dan mag de elektrolyse aan. Stel het apparaat in op het gewenste niveau. In het begin is het even zoeken naar de juiste stand. Meet de eerste weken regelmatig het chloorgehalte om te zien of het systeem te hard of te zacht staat ingesteld.
Aandachtspunten na de overstap
Gefeliciteerd, je hebt nu een zoutwaterzwembad! Betekent dit dat je nooit meer iets hoeft te doen? Helaas niet, al wordt het wel makkelijker.
- Blijf meten: Ook bij een zoutbad moet je de pH- en chloorwaarden controleren. De machine doet het werk, maar jij blijft de toezichthouder.
- Controleer de cel: Eén of twee keer per seizoen moet je controleren of er kalkaanslag op de platen van de zoutcel zit. Veel moderne systemen zijn ‘zelfreinigend’ (door polariteitswisseling), maar bij hard water kan er toch kalk ontstaan. Dit vermindert de werking. Je kunt de cel schoonmaken met een speciale reiniger of verdund zuur.
- Zout bijvullen: Zout verdampt niet. Je verliest alleen zout als je water uit het bad haalt (bijvoorbeeld door backwashen van het filter of door spetterende kinderen). Aan het begin van een nieuw seizoen moet je vaak een klein beetje zout bijvullen om weer op de ideale concentratie te komen.
Conclusie
De overstap van chloor naar zout vraagt om een initiële investering en wat technisch kluswerk. Je moet er zeker van zijn dat je zwembadmaterialen bestand zijn tegen de inwerking van zout. Maar als die basis eenmaal goed staat, krijg je er veel voor terug.
Je geniet van zachter water, hebt geen last meer van de penetrante chloorgeur en hoeft niet meer wekelijks met emmers chemicaliën te slepen. Voor veel mensen weegt dat ruimschoots op tegen de installatiekosten.
Twijfel je of jouw pomp of verwarming geschikt is? Of weet je niet zeker welk elektrolyse-systeem past bij de grootte van jouw bad? Neem gerust contact op. Wij helpen je graag om de juiste keuze te maken, zodat je zorgeloos kunt genieten van je vernieuwde zwembad.